THAISE VISPAPILLOT met kortverhaal: Flosj overdrijft

RECEPT | THAISE VISPAPILLOT

SU-PER-LEK-KER. Niets meer over te vertellen. 

Ingrediënten (4 personen)
600 gram verse zalmfilet
400 gr udon noodles
300 ml kokosroom
Vissaus
Chilipeper
Venkel
2 avocado’s
3 grote wortels
Lente-ui, in fijne ringetjes
Verse koriander
Dikke teen look, geperst
Sap van twee limoenen
Peper en zout
Olijfolie
Aluminiumfolie of bakpapier

Zo maak je het
Verwarm de oven voor op 180°. Verdeel het stuk zalm in 4 gelijke stukken en kruid ze met peper en zout.

Haal de zaadlijsten uit de chilipeper en snij hem in fijne stukjes.
Meng de kokosroom met de chilipeper, een eetlepel vissaus, de look en het sap van één limoen.

Snij de venkel in kleine reepjes. Gebruik een julienne dunschiller (heb ik ooit eens cadeau gekregen en het is echt de max) om slierten van de wortels te snijden. Als je die niet hebt, snij dan de wortel in heel erg fijne reepjes (julienne).

Maak een bakje van aluminiumfolie en doe er wat olijfolie op. Doe hierop wat repen venkel en slierten wortel. Kruid met peper en zout. Leg er een stuk gekruide zalm op. Giet hierover een vierde van het kokosroommengsel. Werk af met enkele blaadjes koriander en wat lente-ui. Doe hetzelfde voor de overige 3 stukken vis. Vouw de papillotten helemaal dicht. Hoho, bijna eten.

Leg de 4 papillotten op een bakplaat en steek ze 15 minuten in de voorverwarmde oven.

Kook ondertussen de noodles volgens de aanwijzing op de verpakking. Giet ze af en spoel ze onder koud water. Haal het vruchtvlees uit de avocado’s en prak het samen met het sap van de tweede limoen. Meng hier de koude noodles door.

Haal de vis uit de papillot en serveer met de avocadonoodles.
Hèèèèaven.

IMG_0529


KORTVERHAAL | FLOSJ OVERDRIJFT

Bij juf Helga in het vijfde hadden we een klasgoudvis. Flosj. Gewonnen door een paar meisjes die vier paarse en drie zwarte plastic eenden uit de lopende waterband op de kermis hadden gevist. Met hun zeventien punten konden ze kiezen tussen een goudvis in een zakje of een nieuwe gratis beurt en dus een kans om – zo probeerde de foorkramer de twijfelende meisjes te overtuigen – nog méér punten te vissen en zo misschien de gigantische pluchen orka Willy te winnen. “We nemen de goudvis”, antwoordde Clara wiens moeder net ontslagen werd uit de gokkliniek. “Je moet weten wanneer je moet stoppen.” De twee andere meisjes knikten.

De naam Flosj haalde het in de anonieme klasstemming nipt van Goldie en Friewielietje. Juf Helga printte een beurtrolsysteem uit zodat Flosj elke ochtend zonder geruzie kon gevoederd worden en zijn bokaalwater op vrijdagnamiddag telkens door een ander duo werd ververst. Flosj was een goudvis met gevoel voor humor. Af en toe dreef hij. Strever Stan was de eerste die het merkte. “Oh my god, Flosj est mort!”, riep hij plots paniekerig tijdens het uur Frans. Maar toen juf Helga met haar ring tegen de bokaal tikte, zwom Flosj vrolijk verder. Ik ben er zeker van dat hij glimlachte.

Flosj herhaalde zijn drijfstunt zeker twee keer per week. Niemand keek er nog van op. Tot die donderdag tijdens de wiskundeoefeningen. “Flosj drijft weer”, giechelde Suzanne in mijn oor terwijl ik berekende hoeveel een rokje van dertig euro nog kost als je er twintig procent korting op krijgt. Strever Stan riep het antwoord – 24 euro! – maar juf Helga hoorde het niet. Ze stond met haar ring op Flosj zijn bokaal te tikken. “Flosj overdrijft vandaag”, lachte ze. Maar haar ogen keken bang. “Als de kans dat hij nog wakker wordt zeventig procent is, dan is er ook dertig procent kans dat hij dood is”, verkondigde Strever Stan. “Flosj!”, riep Clara, “Je moet weten wanneer je moet stoppen!”

Ik denk dat hij het die donderdag beu was dat niemand nog lachte om het enige grapje dat hij kende. Flosj overdreef en stierf eraan.

En het was de volgende dag net aan mij geweest om zijn water te verversen.