risotto met asperges en gremolata met kortverhaal: Priscilla

recept | RISOTTO MET ASPERGES EN GREMOLATA

In mei gebeuren er drie belangrijke dingen: er zijn drie betaalde feestdagen, je kan al eens zonder jas naar het werk fietsen en de asperges zijn op hun best. Eindelijk asperges!
Als het vooruit moet gaan, kies dan voor de groene. Die hoef je niet te schillen. Ga je toch voor de witte, leg de asperges dan op een omgedraaid diep bord en schil ze voorzichtig rondom rond. Zo is de kans dat ze breken kleiner. Gooi ook de schillen en de poepkes niet weg, maar leg ze in het water dat je kookt om je asperges in te garen. Zo heb je meteen een goeie bouillon als basis voor je aspergesoep.

Ingrediënten voor de risotto (4 personen)
sjalotje
een fles droge witte wijn
bouillonblokje en een liter kokend water of een goeie liter vers getrokken bouillon (kip of groenten)
parmezaanse kaas, geraspt, klein handje
500 gr groene asperges (hoef je niet te schillen)
twee handjesvol diepvrieserwtjes (niet op voorhand ontdooien)
400 gr risottorijst (arborio of  carnaroli)
peper en zout
een blokje groentenbouillon

Ingrediënten voor de gremolata
stevig handjevol fijngehakte peterselie
1 citroen, goed gewassen
een teen look
druppel olijfolie
een paar schelletjes Serrano, Ganda of andere gedroogde ham

Zo maak je het
Eerst doen:
Verwarm de oven voor op 170°.
Hak het poepke van de asperges.
Los het bouillonblokje op in een liter kokend water of verwarm je verse bouillon.
Zet een grote pot water op het vuur (om dan straks de asperges in te koken).
Schenk 2 glazen wijn uit.

gremolata maken

Gremolata en gebakken ham

Leg de plakjes ham op bakpapier of matje. Zet ze in de oven. Regelmatig kijken of het vlees niet verbrandt. Het vet moet zweten. Haal uit de oven als de ham goed aan het bakken is. Leg op een bord en laat afkoelen. De schelletjes zullen snel hard worden, breek ze met je handen in kleine stukjes.

Voor de gremolata pers je het teentje look uit boven de peterselie. Rasp de zeste van de citroen en doe die ook bij de peterselie. Goed mengen en een klein druppeltje olijfolie en een goeie eetlepel citroensap bijdoen. Zet aan de kant.

Als het water voor de asperges kookt, voeg je het blokje groentebouillon toe, samen met de asperges. De asperges moeten ongeveer 5 à 10 minuten koken, maar eerlijk gezegd: iedereen zegt iets anders. Mijn tip: haal er na vijf minuten eentje uit, laat een half minuutje koelen en proef ervan. Beetgaar is hier de boodschap. Haal ze uit het water met een schuimspaan en leg ze op een propere handdoek.

Ondertussen maak je de risotto. Wie zegt dat risotto maken moeilijk is, liegt!

Versnipper het sjalotje en stoof op een laag vuur aan in wat olijfolie. Als de ui glazig wordt, voeg je de rijst toe. Goed mengen tot de olijfolie rondom de korrels hangt. De korrels moeten een beetje doorschijnend worden, dat duurt een minuutje of drie. Blus met één glas witte wijn, neem een slokje van het ander. Goed roeren tot alle wijn verdampt is.

Voeg dan een grote soeplepel hete bouillon toe. Nu is de truc om te blijven roeren, tot alle bouillon is opgenomen. Je moet lepels bouillon blijven toevoegen, en blijven roeren, tot de kern van de korrels beetgaar is, maar de rand zacht. Een liter bouillon zou zeker meer dan genoeg moeten zijn! Als de risotto bijna klaar is mag je de diepgevroren erwtjes er voorzichtig tussen mengen.

Roer de gemalen parmezaan door de risotto, proef en kruid dan af met peper en zout. Hou warm.

Schep op elk bord een grote lepel risotto, leg er enkele asperges op. Doe er een lepel gremolata op en strooi er wat gebakken hamsnippers over. Zet wat extra gemalen parmezaan en citroenpartjes op tafel.

risotto met asperges en gremolata

Niet te lang wachten, want eind juni is het weer gedaan met het aspergeseizoen!


kortverhaal | Priscilla

“Ken je die momenten waarop je het plots heel vreemd vindt dat we een stoel een stoel noemen?”
Priscilla kijkt me aan met haar ogen half toegeknepen, ze priemen om bevestiging.
“Ik bedoel, alsof stoel heel even het meest absurde woord is dat je kan bedenken voor een ding met vier poten waar je op kan zitten?”
Ik zou kunnen knikken, maar doe het niet.
“Ik heb het trouwens niet alleen met stoelen” – heerlijk toch hoe mensen maar blijven ratelen zolang ze geen erkenning krijgen voor dergelijke diepe zielenroerselen – “ook met minder banale woorden. Asperges! Vind jij het niet raar dat we nu elk op een stoel zitten en asperges eten?”
Ze spreekt de twee woorden zo nadrukkelijk uit dat ik ze inderdaad terstond belachelijk vind.

Priscilla en ik kennen elkaar al lang. In de lagere school was zij de rare en ik de vriendin van de rare. Priscilla was het soort kind dat vragen stelde waar geen enkel ander kind, juf of meester iets van begreep. (Op een ochtend tijdens de les kommagetallen in het vierde vroeg ze zich eens heel dringend af of je een reserveparachute ook kan opendoen zonder eerst de echte te proberen.) Ze deed het altijd heel onverwachts, veel te luid en zonder eerst haar vinger omhoog te steken. Ik heb altijd vermoed dat ze de arme man of vrouw voor het bord zo een vluchtroute bood. Want wie het woord wil, moet daar eerst toestemming voor krijgen. Ah ja. Priscillaatje toch.

“Ik heb het wel eens met m’n eigen naam”, zeg ik omdat de plotse stilte te zwaar is en haar rechteroog bijna dicht. “Maar dat is dan eerder omdat Lies ook een stuk is van een been. Dat probleem heb jij dan weer niet.”
Priscilla glimlacht, schuift met haar stoel en steekt een stuk asperge in haar mond.