PASTA MET SPRINKHANEN met kortverhaal: twee worm

RECEPT | PASTA MET SPRINKHANEN

Entomofagie heet het, het consumeren van insecten als voedsel. Omdat dat klinkt als een vieze ziekte waarbij er extra ledematen aan je lichaam groeien die je niet kunt controleren, hebben we het hier gewoon over insecten eten.
En dat is lekker! Ook wel redelijk stoer als je vertelt dat je gisteren sprinkhanen hebt gegeten.

Tegen 2050 zijn we met 9 miljard mensen op onze schone planeet. Geef dat maar eens eten! Insecten zijn het ideale antwoord op de stijgende voedselvraag. Dus: surf naar miniFOOD en bestel wasmotrupsen, krekels, sprinkhanen en buffalowormen, en proef! 

Ingrediënten (4 personen)IMG_6749
250 gram pasta, bijvoorbeeld tagliatelle

20-tal sprinkhanen
goed veel olijfolie
3 grote tenen look
verse tijm

1 citroen
parmezaanschilfers

Zo maak je het
Hak de teentjes look fijn. Was de citroen met heet water en droog hem af. Rasp de schil (enkel het geel, niet het bittere wit). Verwarm op een laag vuurtje een tiental lepels olijfolie en doe er de look en de citroenzeste bij. Rits de blaadjes van een zestal takjes tijm en doe die ook bij de olie. 

Kook ondertussen de pasta volgens de aanwijzing op de verpakking.
Pers de citroen uit.

Als de olie lekker geurt, verhoog je de temperatuur en bak je er kort en krachtig de sprinkhanen in. Enkel minuutjes volstaan. Haal de pasta doorheen de olie met de insecten en breng op smaak met het citroensap. Schik op de borden en werk af met parmezaanschilfers

IMG_6767
Tandenstokertjes op tafel zetten voor de pootjes tussen de tanden!


KORTVERHAAL | TWEE WORM


‘Als je een worm in tweeën hakt en die twee delen doen het met elkaar, is dat dan incest of zelfbevrediging?’

Arlette kijkt niet op. Met haar ogen op de tafel gericht knaagt ze aan een snede wit brood, de laatste uit de zak. Kauwend op de taaie korst vraagt ze zich af waarom zij geen zoon op de wereld heeft gezet die op normale vragen kauwt. In pedagogisch opzicht moet ze nu reageren, onmiddellijk, en er zien achter te komen waar hij die woorden vandaan haalt, hoe hij weet wat ze betekenen. Maar ze weet dat het geen zin heeft. Een vraag beantwoorden met een vraag, dat pikt die jongen van haar niet.

Terwijl ze veel te lang knabbelt op het laatste en hardste stuk korst, ziet Arlette hem opnieuw zitten. Vroeger, zoveel jaren geleden. Een peutertje nog. Rustig in het gras. De kleinste beestjes zijn beste kameraden. De regenwormen die hij met alle mollige armpjeskracht uit elkaar rukte en ze dan liefkozend terug in het gras zette. Arlette ziet zichzelf nog bij hem hurken. Hem uitleggen dat hij ze pijn deed, zo. Dat een worm doodgaat als het plots met twee is. En hij, die zonder op te kijken zijn ritueel vervolgde.

‘Dus die twee delen van die worm die het doen. Incest? Of zelfbevrediging?’
‘Als je een worm in tweeën hakt, of trekt of wat dan ook, dan leeft er misschien één deeltje verder. Als je geluk hebt. Maar het andere alleszins niet. Een worm gaat dood als het plots met twee is. Passeer jij langs de bakker straks na school? Het brood is op.”