GEROOSTERDE WINTERGROENTEN MET POLENTA met kortverhaal: de boshoer

RECEPT | GEROOSTERDE winterGROENTEN MET POLENTA

Wintergroenten.
M
ijn hoofd is bevroren.
T
ot daar deze inleiding.

Ingrediënten (1 grote schotel geroosterde seizoensgroenten)
2 rode bietenFullSizeRender-2

2 boterraapjes
300 gr gele, paarse en oranje wortelen
1 grote pastinaak
200 gr aardpeer
Handjevol postelein
Polenta (150 gram voor 2 personen)
Rolletje geitenkaas

4 grote tenen look
Olijfolie
Verse of gedroogde kruiden: salie, rozemarijn, tijm
Zwarte gemalen peper en zout
Gemberpoeder (als je dat lust)
Bladpeterselie

Zo maak je het
Verwarm de oven voor op 180°C.

Schil de rode biet, rasp de wortelen, haal de schil van de pastinaak en de aardpeer. De boterraapjes hoef je niet te schillen, maar was ze wel goed.

Snij alle groenten zoveel mogelijk in gelijke stukken. Zo worden ze tegelijkertijd gaar. De look hoef je niet te pellen.

IMG_3382Leg alle seizoensgroenten (ook de lookteentjes) in een bakblik of in een grote ovenschaal. Schik de groenten zodat er maar één laag is. 

Go loco met de salie, rozemarijn en tijm. Kruid af met peper en wat zout. 

Giet er dan veel olijfolie op. Steek de handen uit de mouwen en hussel alles door elkaar zodat de kruiden en de olie overal aanplakken. 

Zet het bakblik ongeveer een half uur in de voorverwarmde oven. Schep om de tien minuten eens om en hou goed in de gaten. De groenten mogen niet verbrand zijn!

Haal de steeltjes van de postelein (die kan je bewaren voor soep). Hak de blaadjes grof. 

IMG_3376Kook 750ml water en doe er dan de polenta bij. Blijf roeren tot er een smeuïge massa ontstaat en doe er nog wat extra water bij zodat het een lopende puree blijft (of kook de polenta volgens de aanwijzing op de verpakking). Als de polenta goed aan het opkoken is kan je er de postelein doormengen en afkruiden met peper, zout en gemberpoeder. Haal van het vuur. Strijk de polenta open tot een platte massa op wat bakpapier, op een ovenplaat. Als die helemaal is afgekoeld en opgesteven kan je er kleine rondjes uitprikken of -snijden.

Snij schijfjes van het rolletje geitenkaas. Leg op een rondje polenta een schijfje geitenkaas en dan terug een rondje polenta. Bak de polentaburgertjes op gemiddeld vuur in wat olie aan beide kanten. Als je een warm gevoel krijgt vanbinnen door naar de smeltende geitenkaas te kijken, zijn ze burgers klaar.

Tegen dan zouden de groenten ook al lekker gaar en krokant moeten zijn.Serveer samen en werk af met wat fijngehakte bladpeterselie. Echte winterkost!

 

FullSizeRender

Je kan hier ook andere seizoensgroenten aan toevoegen, zoals pompoen, spruitjes, … Ook lekker met gebakken merguezes!


kortverhaal | de boshoer

Ik heb lang gedacht, tot gisteren eigenlijk, dat een boshoer niets meer was dan een onschuldige giechelgroet van een tienjarig kind dat nog eens voet op Franse bodem zet. Maar toen ik gisteren ging wandelen, kwam ik te weten dat er achter die infantiele woordspeling een echt mens schuilt. Een vrouw van vlees en bloed. En ik kan het weten, want ik kwam haar gisteren tegen.

Als het buiten wintert, doet het dat ook in mijn hoofd. Daar vriest het, kraakt het, ligt het leven even stil. Het bos is mijn chauffage. Erin wandelen mijn wollen plaid. Ik was gisteren nog geen vijf minuten ver, de boslucht begon net aan haar grote ontdooitruc, toen ik in de berm een vrouw zag zitten, omhuld in enkel een roze badpak. Soms verraadt een vrouwelijke rug en en de manier waarop die overloopt in haar hals al dat ze verdomd mooi moet zijn. Soms. Want toen ik deze vrouw op de schouder tikte en ze zich omdraaide, kon ik niet anders dan veronderstellen dat zij omgekeerd in de rij stond toen God het vrouwelijk schoon uitdeelde.

Het zou onbeleefd geweest zijn om het na een enkele blik op haar verrimpeld paardengezicht op een lopen te zetten, dus vroeg ik haar vriendelijk wat ze hier zat te doen. En of ze het misschien niet wat te koud vond voor een badpak. Ze huilde. Met de paar flarden die ik tussen haar gesnik kon verstaan, reconstrueerde mijn intussen volledig opgewarmde hoofd automatisch haar verhaal. Geen klanten meer. Te oud. Te lelijk. Ik begreep dat het roze badpak het enige was dat haar nog restte. En het bos. Haar en mijn chauffage. Onze zachte plaid.

Kom boshoer, zei ik, we gaan wandelen. Met uw schoon badpak.